Dating drama

Dating drama #3: Het hoogst haalbare

Hij is alles wat ik zou willen en wat meer. Na een lange treinreis wisselen we nummers uit. Ik ben in de ban van de blauwe ogen van Bas, de mysterieuze jongen die met twee treinrails tussen ons in het toch nog zeker wist… Maar is dit wel liefde of is dit eerder verliefd worden op de romantiek?

De trein dendert door en nog steeds roept de conducteur om de paar minuten een nieuwe mededeling om: mijn treinreis heeft alle elementen om het meest verschrikkelijke ooit te zijn. Niets is minder waar. Met een kriebel in mijn maagstreek kijk ik naar de blauwe ogen van Bas, zijn stoppelbaardje en smaakvolle jas. Hij kijkt op van zijn telefoon en glimlacht.
       “Ik heb hem! Geboortedag van Christus, dat betekend je naam.” Ik trek met mijn neus en hij tikt nog een paar keer op het scherm.
       “Ja, dat dacht ik ook al. Je bent niet echt een type dat gelovig is, lijkt me. Wacht, geloof je?” Terwijl hij dit uitspreekt, tikt hij nogmaals op het scherm van zijn iPhone.
       “Niet echt? Ik ben wel gelovig opgevoed, maar ik ben niet echt gelovig. Geloof is voor mij meer zonder ontbijt in een koud, groot gebouw valse liedjes zingen en geen van die dingen doe ik graag op mijn vrije zondag.”
       Hij glimlacht en oppert nog een optie voor wat mijn naam betekenen kan. Zijn fascinatie voor mijn naam, maakt me op een vreemde manier speciaal. Op de basisschool had ik al drie Noëlle’s in de klas en op de middelbare had ieder leerjaar wel een handjevol meiden met dezelfde naam, plus een verdwaalde mannelijke Noël. Mijn naam was nooit zo speciaal, dacht ik. Tot Bas. Bas had nog nooit van Noëlle gehoord en moest dan ook weten hoe waar mijn naam voor stond.
       “Brenger van het licht.” Hij glimlachte, pakte mijn hand en kneep er zachtjes is. “Ben jij een soort menselijke variant van Lumière?”


“Ik heb mijzelf altijd meer als een soort vrouwelijke variant van Aladin gezien, maar een behekste kandelaar klinkt ook best prima.” Ik trek speels mijn wenkbrauw op en kijk de jongen tegenover me aan. Bas, de jongen uit Nijmegen die ik ontmoette op Amsterdam Centraal, heeft in de afgelopen 60 minuten bewezen een soort ultieme match te zijn. Hij is grappig, gevat, slim, leeft al 5 jaar plant based en heeft een eigen onderneming. Hij klinkt perfect.

Te perfect, als ik Nadine moet geloven. Met een afkeurende blik kijkt ze naar het blauwe jurkje dat ik voor mij houd. “Vertel me nog eens waarom je ook al weer ja had gezegd?”
       Mijn persoonlijke cheerleader, het meisje dat altijd zegt dat ik álles gewoon moet proberen heeft de twijfels over de date die ik heb met Bas. De jongen die ik twee dagen geleden ontmoette en met wie ik nonstop heb gesmst. Ja, gesmst. Bas heeft namelijk alleen voor werk een smartphone, hiernaast heeft hij een oude Nokia 3310 om zijn schermtijd te verminderen. Ik kan het hem zo horen zeggen.
       “Dine, kom op zeg.” Ik gooi het jurkje op bed en trek een grijs geblokte pantalon uit de kast. Ik ga binnen een uurtje op date met Bas en om eerlijk te zijn: ik ben VRESELIJK zenuwachtig.

“Met Cherylle,” afwezig neem ik mijn telefoon op. Een woordenstroom overvalt me vrijwel direct. Verschillende mannennamen, kickboksen, SOA-testen en een vaag verhaal over gedrogeerd worden op De Parade komen voorbij. Er is werkelijk geen touw aan vast te knopen.
       “Ho! Wacht even. Laten we bij het begin beginnen…” Het is 20:41 uur en om 21:00 uur staat bas bij Bar Kantoor te wachten. Structuur is dus nodig.
       Halverwege de tweede lawine aan woorden, stopt Bente ineens. “Had je geen date?” vraagt ze plotseling.
       Mijn reactie uit zich in een knik – wat idioot is want ik zit aan de telefoon en ik snel een mompelende ja toevoeg aan dit gebaar.
       “Moet je dan niet…” Ik adem in en kreun: “Maar ik durf niet.” Mijn stem klinkt lijzig en klein. Tijdens het uitspreken van dit uitgerekte woord, laat ik mijzelf achterover op het bed vallen om even vastberaden te besluiten dat vanavond niet een goede avond is om nogmaals de kou te trotseren. Ik ben toch nog helemaal niet toe aan daten, joh. Zelfmedelijden is best prima om soms te hebben, toch? Toch?!
       Bente daarentegen kan haar lach niet inhouden en proest het uit. “Kom op, fietsen jij!”

Zoet hout, verbrand kaneel en je jas aanhouden

Is het je ooit opgevallen dat alle dates eenzelfde ritme hebben? Je komt binnen, je trekt je jas uit, je lacht en tast elkaar een beetje af. De gesprekken gaan van werk naar familie en als daar een vonkje gaat knetteren worden die onderwerpen opgevolgd door vrienden en je diepste dromen. Je weet eigenlijk altijd wel dat als dit ritme te merken is, deze date vooral Mr. Right now opgaat leveren. Misschien voor 1 avond, misschien voor twee avonden, maar dat mooie huis met een tuin en twee kids gaat nooit komen. Hij is voorspelbaar, en wie is er ooit hopeloos verliefd geworden op voorspelbaar?
       Enigszins passief-agressief dwing ik Siri om Spotify te laten spelen. Nog net voor ik mijn telefoon mijn tas in duw, krijg ik een smsje van Bas: hij is 5 minuutjes later. Drie minuutjes, twee dronken toeristen en een flinke scheldpartij later zet ik mijn fiets op slot aan het Westerpark.
       Ik strijk mijn kleren glad en duw de deur van Bar Kantoor open. Aan de bar zie ik het ritme afspelen: een jongen en een meisje hebben een middelmatige date. Pure voorspelbaarheid druipt zichtbaar van ze af. Verveeld maar te eenzaam om dit toe te geven zetten ze de date voort. Kom op, laten we eerlijk zijn: een wortelkanaalbehandeling klinkt aantrekkelijker dan deze date.
       Alsjeblieft, wees niet zo voorspelbaar. Alsjeblieft wees nie… Met mijn vingers gekruist voor een andere type date, zoek ik de zaak af naar Bas. De geur van het zoet hout en verbrand kaneel vult mijn neusgaten terwijl de zware voordeur achter me dichtvalt. Mijn bril beslaat vrijwel direct. Bas is het type dat je in plaats als dit, heel snel eruit pikt.
       En blijkbaar het type dat op een bank gaat zitten en dan onbeschaamd zwaait als je binnenkomt, je naam veel te hard roept en blijft staan tot je met het schaamrood op de wangen naast hem plaats neemt. “Hai Bas.” Sis ik met een rood hoofd naar hem, als ik naast het tafeltje sta.

Hij kijkt me met grote, blauwe puppy ogen aan terwijl ik mijn jas uit doe. Zijn ogen volgen mijn handelingen met de concentratie van een ekster. Iedere beweging wordt perfect geanalyseerd. Ik duw mijn sjaal weg in een mouw van mijn jas en leg mijn bril op tafel. Hij kijkt me zonder te knipperen aan. Een koude rilling loopt van mijn nek naar mijn stuitje. Was hij in de trein ook zo oplettend?
       Ik glimlach en weet me duidelijk geen houding te geven. Hij glimlacht. Maar die glimlach is van een ander kaliber. Ergens tussen ‘leuk je weer te zien’ en ‘goedemorgen, ik heb je nieren gestolen. Is niet erg, blijf maar in dit bad met ijs liggen’ in.
       Zo herinner ik mij hem niet. Nog voordat mijn vingers het papier kunnen aanraken, pakt hij mijn hand vast.

“Maar gehaaste mensen spreken de waarheid!” 

Zijn grove hand voelt klam en hij omklemt mijn hand zo hard dat mijn knokkels bij elkaar gedrukt worden. Om een of andere reden heb ik het gevoel dat het van belang is dat ik tijdens deze date ten alle tijden zo snel mogelijk de alarmtroepen moet kunnen bellen. Wanneer mijn ogen naar het eikenhouten tafelblad van de kleine tafel naast me afdwalen en mijn hand probeer terug te trekken, pakt hij met zijn andere hand mijn pols beet.
       Zo zweven mijn beide handen even boven de leren bank. Mijn hand in zijn hand, zijn vingers strak om mijn pols. Iets wat feitelijk nog geen 5 seconden duurt, voelt voor mij als een halve eeuw. Mijn vingers worden iedere seconde iets meer fijngeknepen in zijn hand, mijn pols omklemt hij met zijn steeds klammer wordende vingers. Er is weinig romantiek te vinden op deze bank en ik vraag me af of hij de dwangmatigheid van deze handeling zelf ook ziet.
       Net wanneer ik nog een poging wil doen om mijn hand los te trekken, vormt er een nieuwe variant van de eerdere grijns op zijn lippen. Een uitdrukking die meer in het nieren-spectrum thuishoort dan ergens anders. Zijn ogen staan manisch. De bar lijkt stil te worden. Alleen zijn belachelijk harde stem dringt nog door tot ver achter mijn trommelvliezen.

“Lieve, lieve…” Hij spreekt mijn naam vervolgens verkeerd uit. “Ik vind liefde het hoogst haalbare. Ik ben al eeuwen opzoek naar díe ware liefde. Sterker nog… Ik heb een theorie bedacht waarbij ik zo vaak mogelijk, zoveel mogelijk mensen wil daten aangezien ik geloof dat als ik genoeg mensen zie… Ik uiteindelijk de ware tegen kom.”
       De intense opvolging van woorden geven mij een absurdistisch gevoel: alsof hij dit meer tegen zichzelf vertellen wil dan tegen mij. Ik probeer te glimlachen maar wie houden we voor de gek? Zelfs in de reflectie van de donkere ramen, is de angst af te lezen van mijn gezicht.
       “Je…Je probeert zo vaak mogelijk te daten?” herhaal ik zwakjes.
       “Ja!” roept hij met manisch uit, “en toen ik jou zag op dat perron in Amsterdam wist ik het direct. Jij en ik zijn voor elkaar gemaakt.”
       Eventjes laat hij mijn pols los om door zijn dikke haardos heen te gaan. Ik zie mijn kans schoon om mijn hand uit die van hem te trekken en op beide handen te gaan zitten.
       “Maar… We hebben elkaar die dag nog geen uurtje gesproken,” is mijn poging wat verstand tot hem te brengen.
       “Maar gehaaste mensen spreken de waarheid!” zijn zware stem buldert door de bar en zijn ogen bereiken een level van absurdisme waar zelfs de scriptschrijver van Dexter niet op zou kunnen komen.
       “Volgens mij gaat dat spreekwoord anders…” probeer ik. Hij hoort me niet, pakt een papiertje uit zijn achterzak.“
       Kijk,” vervolgt hij. “Ik heb er over nagedacht.” Zijn vingers volgen het schema op het verkreukelde blaadje dat hij theatraal op zijn schoot heeft liggen. Ik snak naar adem. Is het altijd zo warm hier of…?
       “Afstand hoeft geen probleem te zijn. We kunnen prima samenwonen.” Samenwonen. Het woord weerkaatst tegen de binnenste wanden van mijn schedel. Terwijl ik wen aan de flipperende klanken in mijn hoofd, weet ik plots zeker dat er net een strop uit de lucht is komen vallen en dat die nu om mijn nek hangt. Waarom zou ademen anders zo moeilijk gaan?
       “…nu woon ik natuurlijk in Nijmegen maar mijn huis is zo opgezegd. We kunnen samenwonen in jouw huis. Jij woont best groot aan die gracht van je toch?”
       Help, iemand?
       “Ik kan mijn huur nu opzeggen en dan kan ik over drie weken naar jou toe verhuizen. Dan hebben we lekker de tijd om elkaars familie en vrienden nog te leren kennen. Meer voor de vorm natuurlijk – moeder weet al alles van je, hoor.” hij grinnikt, ik hap naar adem.
       “Ze was ook fan van je. We zijn uitgenodigd bij haar. Ze weet hoe belangrijk liefde voor me is. Kijk, ik heb er zelfs een tatoeage van.” Hij reikt naar beneden en schuift zijn linker broekspijp omhoog. Een vaag, minimalistisch teken verschijnt. Ik kan er niet zoveel uit op maken doordat mijn brein gestopt is met werken.
       “Weet je wat het is…” mijn naam wordt nogmaals fout uitgesproken.
       “Wij zijn voor elkaar gemaakt. Jij en ik, weet je. Laten we hier gewoon ja op zeggen.”
       Ik zie zijn mond bewegen, maar de klanken komen niet meer binnen. Zijn geweldig mooie, dikke, haar. Zijn lichaam waar je helemaal in weg kunt kruipen. Zijn ogen, zijn ietwat studenten corps-achtige kledingstijl… Hij is meer mijn type dan ik wil toegeven. Maar het enige wat ik nu kan denken is…

“..het gas staat aan.”
       Hij stopt en kijkt me verbaast aan. “Wat?” Zijn perfecte wenkbrauwen vormen een frons.
       “Het gas staat aan. Ik moet naar huis.” Ik knoop mijn jas slordig dicht en gooi mijn sjaal om mijn nek. “En ja, sorry. Maar. Ja, snap je? Ik moet weg. Ik kan dit niet, ik…”
       Nog voordat ik weet hoe ik de zin moet afmaken, hoor ik de zware deur achter me dichtvallen. Ik duw het kleine sleuteltje in twee verschillende sloten van mijn fiets en trap zo hard als ik kan.
       Het is nog geen 21:30 uur als ik de cocktailbar ver achter me zie verdwijnen. Ik heb geen idee waar ik heen fiets, maar met iedere meter die tussen hem en mij komen merk ik dat ademen beter gaat.

Ik weet ik één ding zeker: dit was een heel ander ritme dan ik gewend ben maar… Oh god, alsjeblieft: dit nooit meer!


Dating drama is een serie over daten, verliefd worden en de geweldige missers tot je uiteindelijk jouw ware vindt – of gewoon besluit 30 katten te kopen en in een buitenwijk van Zwolle te gaan wonen. Welkom in een kruising tussen een collage en een dagboek. Volg mijn alter ego Noëlle op de voet, terwijl ze in een parallel universum de liefde (onder)zoekt.
Zoals het gebeurt met creaties kunnen er overeenkomsten plaatsvinden tussen mijn (Cherylle) echte leven en dat van Noëlle, dit is strikt gebaseerd op toeval.

Change language