Dating drama #3: <i>Het hoogst haalbare</i>

Hij is alles wat ik zou willen en wat meer. Na een lange treinreis wisselen we nummers uit. Ik ben in de ban van de blauwe ogen van Bas, de mysterieuze jongen die met twee treinrails tussen ons in het toch nog zeker wist… Maar is dit wel liefde? Lees nu het nieuwste deel van Dating drama. Leedvermaak = smullen!

Dating drama is een serie over daten, verliefd worden en de geweldige missers tot je uiteindelijk jouw ware vindt. Als een kruising tussen een collage en een dagboek, volgt deze serie zichzelf regelmatig op en aan. Wil je alles lezen? Klik dan op de knop hieronder!


Met mijn nieuwgevonden mantra en traumatische ervaring in de House Bar, heb ik een flink voelbare stap uit het datingswereldje gezet, maar deze besloot op zijn beurt een flinke stap naar mij te zetten. Of nou ja, een stap? Eerder een heel nieuw perron.
Ik zit naast Bas, de jongen uit Nijmegen die ik ontmoette op Amsterdam Centraal. Midden in de chaos van de NS, heeft hij mij gevonden terwijl ik mijn zelfverzekerdheid verloor. Verliefd worden is fijn maar de weg hiernaar toe is toch een stuk minder aangenaam. Toch heb ik me laten strikken voor een date. Twee dagen later is het zo ver: ik ga op date met de mysterieuze Bas.

Maar ik heb geen zíííííííhíííííín

“Met Cherylle,” afwezig neem ik mijn telefoon op. Een woordenstroom overvalt me vrijwel direct. Verschillende mannennamen, kickboksen, soa-testen en een vaag verhaal over gedrogeerd worden op De Parade komen voorbij. Er is werkelijk geen touw aan vast te knopen. “Ho! Wacht even. Laten we bij het begin beginnen…” Het is 20:41 uur en om 21:00 uur staat bas bij mijn favoriete cocktailbar te wachten. Structuur is dus nodig.

Halverwege de tweede lawine aan woorden, stopt Nadine ineens. “Had je geen date?” vraagt ze plotseling. Mijn reactie uit zich in een knik – wat idioot is want ik zit aan de telefoon. Waardoor er maar snel een mompelende ja toevoegt wordt aan mijn knikjes. “Moet je dan niet…” Ik adem in en kreun: “Maar ik heb geen zííííííííín.” Tijdens het uitspreken van dit uitgerekte woord, laat ik mijzelf achterover op het bed vallen om even vastberaden te besluiten dat vanavond niet een goede avond is om nogmaals de kou te trotseren. Ik ben toch nog helemaal niet toe aan daten, joh.

De paringsdans

Die vage paringsdans van gesprekken in de volgorde van werk-familie-dromen-vrienden, om vervolgens nooit een écht goed gesprek te hebben – laten we eerlijk: een wortelkanaalbehandeling klinkt momenteel aantrekkelijker dan dat. Tel daarbij op dat onze eerste ontmoeting in een NS crisis was en mijn algehele vertrouwen tot een leuke avond is als sneeuw voor de zon verdwenen. Maar ik heb geen ruggengraat en voor ik me dit besef slaat de kou al tegen mijn wangen aan en wordt mijn fiets van slot gehaald. Ik ben de dader.

Enigszins passief-agressief dwing ik Siri om Spotify te laten spelen. Bas appt me net dat hij 5 minuten later is, dus mijn poor planning valt gelukkig niet op. Drie minuutjes, twee dronken toeristen en een flinke scheldpartij later zet ik mijn fiets op slot aan de Herengracht.

De geur van het zoet hout en verbrand kaneel vult mijn neusgaten terwijl de zware voordeur achter me dichtvalt. Ik zucht om weer op adem te komen, terwijl de beslagen bril mijn zoektocht naar hem niet makkelijker maakt. Bas is het type dat je in een iets te hippe cocktailbar als dit, heel snel eruit pikt. En blijkbaar het type dat op een bank gaat zitten en dan onbeschaamd zwaait als je binnenkomt, je naam veel te hard roept en blijft staan tot je met het schaamrood op de wangen naast hem plaats neemt.

Hij kijkt me met grote, blauwe puppyogen aan terwijl ik mijn jas uit doe. Zijn ogen volgen mijn handelingen bijna obsessief. Iedere beweging wordt perfect geanalyseerd en opgenomen om vervolgens door hem te worden opgeslagen. Ik duw mijn sjaal weg in een mouw van mijn jas en leg mijn bril op tafel. Dan adem ik flink in en bij het uitademen komt er een “hi” uit me. Ik glimlach – want ik glimlach altijd als ik licht gehaast ben en me geen houding weet te geven. Hij glimlacht. Maar die glimlach is van een ander kaliber. Ergens tussen ‘leuk je weer te zien’ en ‘Goedemorgen, ik heb je nieren gestolen. Is niet erg, blijf maar in dit bad met ijs liggen’ in. Een koele rilling loopt over mijn rug en ik reik zenuwachtig naar de menukaart. Zo herinner ik mij hem niet. Nog voordat mijn vingers het papier kunnen aanraken, pakt hij mijn hand vast.

Zijn grove hand voelt klam en hij omklemt mijn hand zo hard dat mijn knokkels bij elkaar gedrukt worden. Ik voel in achterzak, om daar mijn telefoon te voelen. Om een of andere reden heb ik het gevoel dat het van belang is dat ik tijdens deze date ten alle tijden zo snel mogelijk de alarmtroepen moet kunnen bellen. Wanneer mijn ogen naar het eikenhouten tafelblad van de kleine tafel naast me afdwalen en mijn hand probeer terug te trekken, pakt hij met zijn andere hand mijn andere pols beet. Zo zweven mijn beide handen even boven de leren bank. Mijn hand in zijn hand, zijn vingers strak om mijn pols. Iets wat feitelijk nog geen 5 seconden duurt, voelt voor mij als een halve eeuw. Mijn vingers worden iedere seconde iets meer fijngeknepen in zijn hand, mijn pols omklemt hij door zijn steeds klammer wordende vingers. Er is weinig romantiek te vinden op deze bank en ik vraag me af of hij de dwangmatigheid van deze handeling zelf ook ziet. Net wanneer ik nog een poging wil doen om mijn hand los te trekken, vormt er een nieuwe variant van de eerdere grijns om zijn lippen. Een uitdrukking die meer in het nieren-spectrum thuishoort dan ergens anders. Zijn ogen staan manisch. De bar lijkt stil te worden. Alleen zijn belachelijk harde stem dringt nog door tot ver achter mijn trommelvliezen.

Het hoogst haalbare

“Lieve, lieve…” Hij spreekt mijn naam vervolgens fout uit, “Ik vind liefde het hoogst haalbare. Ik ben al eeuwen opzoek naar díe ware liefde. Sterker nog… Ik heb een theorie bedacht waarbij ik zo vaak mogelijk, zoveel mogelijk mensen wil daten aangezien ik geloof dat als ik genoeg mensen zie… Ik uiteindelijk de ware tegen kom.” De intense opvolging van woorden geven me een absurdistisch gevoel: alsof hij dit meer tegen zichzelf vertellen wil dan tegen mij.

Ik probeer te glimlachen maar wie houden we voor de gek? Zelfs in de reflectie van de donkere ramen, is de angst af te lezen van mijn gezicht. “Je… Je probeert zo vaak mogelijk te daten?” herhaal ik zwakjes. “Ja!” Roept hij krankzinnig uit, “en toen ik jou zag op dat perron in Amsterdam wist ik het direct. Jij en ik zijn voor elkaar gemaakt.”

Eventjes laat hij mijn pols los om door zijn dikke haardos heen te gaan. Ik zie mijn kans schoon om mijn hand uit die van hem te trekken en op beide handen te gaan zitten. “Maar… We hebben elkaar die dag nog geen uurtje gesproken,” is mijn poging wat verstand tot hem te brengen.

“Maar gehaaste mensen spreken de waarheid!” zijn zware stem buldert door de bar en zijn ogen bereiken een level van absurdisme waar zelfs de scriptschrijver van Dexter niet op zou kunnen komen. “Volgens mij gaat dat spreekwoord anders…” probeer ik. Dan pakt hij een papiertje uit zijn achterzak. “Kijk,” vervolgt hij “ik heb er over nagedacht.” Zijn vingers volgen het schema op het verkreukelde blaadje dat hij theatraal op zijn schoot heeft liggen. “Afstand hoeft geen probleem te zijn. We kunnen prima samenwonen.” Samenwonen. Het woord weerkaatst tegen de binnenste wanden van mijn schedel. Terwijl ik wen aan de flipperende klanken in mijn hoofd, weet ik plots zeker dat er net een strop uit de lucht is komen vallen en dat die nu om mijn nek hangt. Waarom zou ademen anders zo moeilijk gaan?

“…nu woon ik natuurlijk in Nijmegen maar mijn huis is zo opgezegd. We kunnen samenwonen in jouw huis. Jij woont best groot aan die gracht van je toch?” Help, iemand? “Ik kan mijn huur nu opzeggen en dan kan ik over drie weken naar jou toe verhuizen. Dan hebben we lekker de tijd om elkaars familie en vrienden nog te leren kennen. Meer voor de vorm natuurlijk – moeder weet al alles van je, hoor.” hij grinnikt, ik hap naar adem.

“Ze was ook fan van je. We zijn uitgenodigd bij haar. Ze weet hoe belangrijk liefde voor me is. Kijk, ik heb er zelfs een tatoeage van.” Hij reikt naar beneden en schuift zijn linker broekspijp omhoog. Een vaag, minimalistisch teken verschijnt. Ik kan er niet zoveel uit op maken doordat mijn brein gestopt is met werken.

“Weet je wat het is…” mijn naam wordt nogmaals fout uitgesproken, “wij zijn voor elkaar gemaakt. Jij en ik, weet je. Laten we hier gewoon ja op zeggen.” Ik zie zijn mond bewegen, maar de klanken komen niet meer binnen. Zijn geweldig mooie, dikke, haar. Zijn lichaam waar je helemaal in weg kunt kruipen. Zijn ogen, zijn ietwat corps-achtige kledingstijl… Hij is meer mijn type dan ik wil toegeven. Maar het enige wat ik nu kan denken is…

“..het gas staat aan.” Hij stopt en kijkt me verbaast aan. “Wat?” Zijn perfecte wenkbrauwen vormen een frons. “Het gas staat aan. Ik moet naar huis,” mijn jas knoopt zich slordig dicht en de immense sjaal hangt warrig om mij heen, “en ik moet weg. Ik kan dit niet, ik…” Nog voordat ik weet hoe ik de zin moet afmaken, hoor ik de zware deur achter me dichtvallen. Ik duw het kleine sleuteltje in twee verschillende sloten van mijn fiets en trap zo hard als ik kan.

Het is nog geen 21:30 uur als ik de cocktailbar ver achter me zie verdwijnen. Ik heb geen idee waar ik heen fiets, maar met iedere meter die tussen hem en mij komen merk ik dat ademen beter gaat.

Ik weet ik één ding zeker: dit nooit meer.

1
Read it your way